Europese circulaire economie voegt 7% groei toe in 2030

30 november 2015 Consultancy.nl

De mensheid heeft in de afgelopen eeuwen een redelijk onverschillige benadering gehanteerd ten aanzien van het benutten van de eindige grondstoffen op aarde. Een van de manieren die wordt aangedragen om onze overexploitatie van natuurlijke middelen te verminderen is het transformeren naar een circulaire economie, waarbij ingezet wordt op het maximaliseren van herbruikbaarheid en duurzaamheid van producten. Volgens McKinsey & Company betekent deze transformatie ook een enorme impuls voor het Europese BBP. Reden is dat deze de potentie heeft om tegen 2030 de Europese economische groei met 7% en het besteedbare inkomen met 11% te verhogen, doordat de prijzen van natuurlijke grondstoffen zullen dalen.

In een onderzoeksrapport van McKinsey & Company – in samenwerking met de Ellen MacArthur Foundation, SUN* en IZA** – getiteld ‘Growth Within: A Circular Economy Vision for a Competitive Europe’, bekijkt het strategy consultancybureau de implicaties van een transformatie van een lineaire, op verspilling gebaseerde economie naar een circulaire, op hergebruik gebaseerde economie. De onderzoekers baseerden zich op een meta-analyse van een groot aantal onderzoeken naar circulaire economie, evenals meer dan 150 interviews en uitgebreide economische modellen.

De Europese economie is een van de meest succesvolle ter wereld. De groei in de regio verbergt echter het feit dat een groot deel van de ontwikkeling in Europa (50% groei tussen 1960 en 1990 volgens sommige bronnen) werd gerealiseerd door het opgebruiken van grondstoffen. De industrialisering zorgde ervoor dat tussen 1900 en 2009 het wereldwijde grondstofgebruik vertienvoudigde, en het energiegebruik van Europese huishoudens werd in diezelfde periode zeven keer zo hoog. De hoge mate van grondstofexploitatie in Europa’s huidige economische model representeert tegelijkertijd twee van zijn grootste nadelen; Europese landen verspillen veel en dat maakt hun economie inefficiënt, zo blijkt uit het rapport.

Verder kunnen de wereldwijde voorraad aan natuurlijke grondstoffen en natuurlijk kapitaal niet blijven voldoen aan het aanhoudende en toenemende verbruik. Natuurlijke waterbronnen in de EU zijn aan het krimpen doordat teveel water uit de rivieren gehaald wordt, terwijl door overmatig gebruik van grondwater waterhoudende grondlagen permanent of voor langere tijd droog komen te staan. Grote stukken grond, 5-10 miljoen hectare per jaar, gaan hierdoor verloren. Naast de klimaatverandering, zijn er andere bronnen van vervuiling, zoals het misbruiken van kunstmest, irrigatie en machines. De biodiversiteit lijdt wereldwijd onder de uitbreiding van commerciële, industriële, en bouwlocaties naar de natuurlijke leefomgeving van flora en fauna. Het gevolg is dat 66% van de Europese plant en diersoorten en 77% van de Europese natuurgebieden bedreigd worden of in slechte staat verkeren.

Grondstoffen worden in Europa in veel gevallen op zeer verspillende manieren gebruikt, stellen de onderzoekers. Producten worden tijdens hun levensduur vaak maar voor gemiddeld 50% van de tijd gebruikt. Recycling heeft nog maar weinig voeten aan de grond in de EU, en waar het gebeurt wordt het slechts matig uitgevoerd. In 2012 was slechts 5% van alle energie en materialen die gebruikt werden voor productiedoeleinden afkomstig uit gerecyclede bronnen. Zelfs bij projecten die succesvol lijken, zoals het recyclen van staal, plastic en papier, gaat nog steeds 30% tot 75% van de grondstoffen verloren. Volgens het rapport “gebruikt Europa, praktisch gezien, grondstoffen nog steeds maar een keer voordat ze worden afgeschreven.”

Auto’s zijn een van de grootste bronnen van afval en verspilling in Europa. 92% van de tijd staan ze stil en wanneer ze wel gebruikt worden is gemiddeld slechts 1,5 van de 5 stoelen bezet, het levenloze gewicht dat verplaatst moet worden ten opzichte van de passagiers (‘deadweight ratio’) is 12:1, en minder dan 20% van de energie in de verbruikte brandstof wordt uiteindelijk benut om voort te bewegen, waarvan dus slechts 1/13 opgaat aan het verplaatsen van de inzittenden zelf.

De voedselwaardeketen is een ander voorbeeld van een deel van de Europese economie waar grondstoffen niet op effectieve wijze worden geconsumeerd. Net iets meer dan twee derde van het geproduceerde voedsel wordt geconsumeerd door mensen. Binnenshuis wordt 11% binnenshuis verspild en distributeurs gooien maar liefst 20% van al het voedsel weg. Van alle meststoffen die gebruikt worden, gaat slecht 5% op aan het daadwerkelijk produceren van voedingsstoffen die door mensen worden opgenomen, die niet eens allemaal voordelig zijn voor gezondheid en welzijn. Van het water dat gebruikt wordt voor irrigatie komt slecht 40% daadwerkelijk aan bij de planten die het nodig hebben. Bodemaantasting is nu te vinden in 30%-85% van alle landbouwgronden in Europa. Bovendien eten mensen vaak te veel slechte calorieën, waardoor gezondheidsproblemen ontstaan zoals overgewicht en obesitas bij meer dan 50% van de bevolking.

Het hierboven geschetste beeld is dat van een lineair economisch model, in het Engels ook wel bekend als ‘from the cradle-to-the-grave’. Een voorwerp wordt gemaakt, gebruikt en daarna weggegooid, om vervolgens te worden vervangen door een nieuw model. Het idee van een circulaire economie bestaat als sinds de jaren ’70, en schetst “een continue positieve ontwikkelingscyclus die natuurlijk kapitaal behoudt en vergroot, grondstofopbrengst optimaliseert, en systematische risico’s minimaliseert door gelimiteerde voorraden en hernieuwbare stromen te beheren.” De circulaire economie zorgt dus niet alleen voor een vermindering van de schade die opgelopen wordt door de lineaire economie, maar creëert ook een positieve zichzelf versterkende cyclus van ontwikkeling en vooruitgang.

Reductie van verspilling kan worden bereikt door producten te creëren waarvan het verzamelde afval opnieuw gebruikt kan worden voor de productie van een nieuwe productenlijn, terwijl de bruikbare producten die geproduceerd worden onderling gedeeld worden. Het concept bestaat uit drie leidende principes:

  1. Behoud en vergroten van natuurlijke rijkdom: door gelimiteerde voorraden te beheren en hernieuwbare stromen van grondstoffen te balanceren.
  2. Optimaliseren van grondstofopbrengst: door producten, onderdelen en materialen te laten circuleren tussen gebruikers zodat deze zoveel mogelijk gebruikt worden tijdens hun technische en biologische levensduur.
  3. Bevorderen van systeemeffectiviteit: door het blootstellen en wegnemen van negatieve externe effecten, zoals vervuiling, klimaatverandering, en negatieve beïnvloeding van gezondheid gerelateerd aan het verbruik van grondstoffen.

Economische voordelen van een circulaire economie
De transformatie van een economie van een lineair en verspillend systeem – dat natuurlijk kapitaal beschadigt terwijl het niet optimaal de gebruikte grondstoffen benut – naar een circulair systeem, kan erg lastig te realiseren zijn. Tegenstanders of sceptici beargumenteren dat een dergelijk economisch model is gebaseerd op de aanname dat bedrijven “presteren op de top van hun economische vermogen” via huidige recyclingmethodes, en dat de economische en politieke kosten voor de transitie te hoog zijn. Om meer inzicht te geven in de situatie, loopt McKinsey in zijn rapport langs de mogelijke obstakels voor transformatie.

Qua economische voordelen, geeft het rapport aan dat door verbeteringen van de levensduur van producten, er een besparing wordt bereikt op de kosten van producten en diensten, evenals een transformatie van onproductieve naar productieve tijd. Dit zou kunnen leiden tot toegenomen consumptie en daardoor een hogere groei van het besteedbare inkomen van Europeanen. Volgens het onderzoek zal in een circulair scenario de groei van het besteedbare inkomen in 2030 18% bereiken en tegen 2050 44%, in vergelijking tot een scenario waarin de huidige ontwikkeling wordt voortgezet, met respectievelijk groeipercentages van 7% en 24%. De groei van het BBP in Europa zal ook aanzienlijk profiteren van de transformatie naar een circulair systeem, waarbij de groei tegen 2030 11% hoger is ten opzichte van 4% in een lineair scenario. In 2050 zal de groei naar verwachting bijna twee keer zo hoog zijn als in het huidige scenario, op 27% tegenover 15%. Ook de werkeloosheid zal dalen volgens het rapport, wat weer leidt tot een toename in consumptie omdat er meer inkomen te besteden is.

Naast de economische voordelen, gaat ook het milieu erop vooruit. CO2-uitstoot zal tegen 2030 – ten opzichte van de CO2-uitstoot in 2012 – met 48% gedaald zijn en tegen 2050 met 83%, als gevolg van de circulaire effecten. Het verbruik van natuurlijke grondstoffen zal tevens dalen, als gevolg van minder gebruik van auto- en constructiematerialen, vastgoedgrond, kunstmest, pesticiden, en van water voor landbouwdoeleinden.

* Stiftungsfonds für Umweltökonomie und Nachhaltigkeit.

** Institute for the Study of Labour.

Nieuws

Meer nieuws over