Zorglandschap kent geen optimale schaalgrootte

26 november 2015 Consultancy.nl

Het debat over schaalgrootte in zorg is te eenzijdig. Klein is niet altijd fijn, maar te groot betekent ook niet meteen dat er sprake is van bureaucratie en afstand. Volgens Jeroen Postma, universitair docent bij de Erasmus Universiteit en voormalig adviseur bij BMC Advies, zouden politici en bestuurders vaker naar de symbolische en sociale betekenis van schaal moeten kijken. 

Door grote trends als vergrijzing en veranderende zorgbehoeftes, die onder meer leiden tot stijgende kosten, is de gezondheidzorg continu op zoek naar manieren om de zorg naar de patiënt efficiënter en klantvriendelijker in te richten. Een van de kernthema’s die vaak oplaait is de schaal van zorginstellingen. “Overal in de zorg zie je dat beleidsmakers, bestuurders, managers en professionals samen met patiënten zoeken naar wat de juiste schaal van organiseren is: kleinschalig, grootschalig of toch kleinschalige zorg binnen grootschalige organisaties”, aldus Jeroen Postma, universitair docent bij de Erasmus Universiteit en voormalig adviseur bij BMC Advies. Hierbij wordt grootschaligheid in de kern geassocieerd met bureaucratie, megalomane bestuurders en afstand, terwijl kleinschaligheid symbool staat voor menselijkheid, flexibiliteit en nabijheid. “Idealisme voert de boventoon”, zegt Postma.

Ziekenhuis Zorg

Deze associaties doen echter geen recht aan de praktijk, stelt Postma. Hij betoogt in zijn proefschrift ‘Scaling Care’, dat hij in juni dit jaar verdedigde aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, dat ons denken over schaal doorgaans plat is, namelijk in de betekenis van omvang. “Het maatschappelijke debat gaat te vaak alleen over de omvang van een organisatie in termen van het aantal medewerkers of de omzet. Hierdoor is onvoldoende aandacht voor samenwerking over de grenzen van organisaties heen en het werk dat ook binnen grootschalige organisaties wordt verricht om zorg op maat van patiënten te organiseren”, stelt hij. Hij pleit voor een driedimensionale blik op het thema: “niet alleen naar omvang, maar ook naar hoe een bepaalde schaal wordt ingevuld en wat de consequenties daarvan zijn.”

Afgelopen vrijdag organiseerde Postma in samenwerking met BMC Advies een seminar over het onderwerp. Veertig bestuurders uit de langdurige zorg spraken met de universitair docent en BMC adviseurs over schaalgrootte van zorginstellingen en de impact daarvan op de bestuurspraktijk. Tijdens het event nam Postma de groep mee in het verhaal dat leidde tot zijn proefschrift. Hij stelde dat bestuurders meer aandacht zouden moeten besteden aan het proces waarin tot schaalbeslissingen wordt gekomen. In dit proces wegen bestuurders en managers een breed palet aan waarden af (onder andere kwaliteit van zorg, kosten en toegankelijkheid) en betrekken zij veel verschillende belanghebbenden (onder andere professionals, patiënten en ketenpartners). Dit leidt aan het einde van de rit tot meer diversiteit: “op sommige plaatsen is schaalvergroting door fusie noodzakelijk, elders juist schaalverkleining of meer aandacht voor netwerksamenwerking.”

Kim Putters, Gert Gazemier, Jeroen Postma

“Soms draagt schaalvergroting, mits goed doordacht, juist bij aan kwaliteit en doelmatigheid van zorg”, zei Postma. Kim Putters, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau en hoogleraar Beleid en sturing van de zorg in de veranderende verzorgingsstaat aan het instituut voor Beleid en Management in de Gezondheidszorg, vulde aan: “Wanneer de bestuurder de stakeholders niet meer kent, is de schaal van zijn/haar zorginstelling te groot.”

Postma sloot af door te pleiten voor minder dogmatiek en meer ‘schaalsensitiviteit’ bij beleidsmakers en toezichthouders. “Het zorglandschap is zo divers, daar past niet één optimale schaal bij.” Gert Cazemier, partner bij BMC Advies, vulde aan: “De basis van de zorgorganisatie, de cliënt of patiënt, moet het vertrekpunt zijn voor de discussie over schaalgrootte.”

Nieuws