Aankoop Rembrandts doeken versterkt cultuurbalans

13 november 2015 Consultancy.nl

Het besluit van het kabinet, op voordracht van bijna alle fracties in de Tweede Kamer, om de aankoop van de twee doeken van Rembrandt mede te financieren met miljoenen aan publiek geld heeft in de media en ook in Het Financieele Dagblad tot kritische reacties geleid. Tijd voor een ander geluid. De financiering van de aankoop van de twee Rembrandts met publiek geld is een goed idee en te rechtvaardigen vanuit het algemeen belang.

Het is een oud probleem. Uitgaven aan kunst en cultuur laten zich in voor de economie gangbare denk­richtingen als investering versus rendement lastig vangen of rechtvaardigen. Vragen als ‘wat brengt het op?’ of ‘hadden we dat niet beter aan x, y of z kunnen besteden?’ doen opgeld en worden breed uitgemeten in de pers. Cultuur is een kwetsbare sector, in grote mate afhankelijk van publiek geld, die in tijden van laagconjunctuur te lijden heeft onder bezuinigingsdrift maar ook in een opgaande economie vaak achteraan in de rij staat als er cadeautjes uitgedeeld worden.

Omzet culturele sector

Een paar feiten: in de cultuur­sector in Europa werken ongeveer 7 miljoen mensen, veelal in kleinere bedrijven in de creatieve sector. De sector draagt voor 4,2% bij aan het Europese bruto binnenlands product en vertegenwoordigt daarmee een waarde van €537 miljard. De sector is een grotere werkgever voor jonge, startende mensen op de arbeidsmarkt dan enig andere sector. Er werken evenveel mensen in de cultuursector als in de voedsel- en drankindustrie; meer mensen dan in de automobiel-, chemische- en telecomsector bij elkaar. Cultuur heeft grote impact, in het maatschappelijk veld én economisch. Belangrijk onderdeel van de sector — de visual arts, waaronder musea worden begrepen — is in Europa goed voor bijna €130 miljard met meer dan 1 miljoen banen. De podiumkunsten dragen nog eens 1 miljoen banen bij.

Werkgelegenheid culturele sector

Een goed ontwikkelde en dynamische cultuursector draagt bij aan het investerings- en vestigingsklimaat in steden; niet voor niets kennen grote economische centra in Europa als London, Parijs, Brussel en Amsterdam een grote en goed ontwikkelde culturele sector. In de VS is dit beeld niet anders. Uitgaven aan cultuur kunnen significante effecten hebben op groei van bestedingen, hebben merkbaar effect op het BBP en dragen bij aan de sociale cohesie, eensgezindheid en identiteit en het maatschappelijk welbevinden. Deze bevindingen worden ondersteund door een recentelijk uitgevoerde Economische Impact Analyse van de heropening van het vernieuwde Rijksmuseum. In bredere zin is het voor Europa van eminent belang dat onze culturele sector sterk is en blijft. Europa is een hotspot voor cultuur, en onderscheidt zich in die zin sterk positief van andere machtsblokken in de wereld; het is in zekere zin onze ‘competitive edge’.

Booz - Rijksmuseum

Cultuur is dus belangrijk, verbindt, schept banen en zorgt voor economische activiteit. Toch gaat vaak de vergelijking in economische termen mank, want het ‘rendement’ op cultuur is niet echt te meten; we kunnen lastig kwantificeren wat de effecten zijn. En mede daarom staat de beslissing om zoveel geld bij te dragen aan de aankoop van de Rembrandts zo in de wind, want hadden we dat niet beter in de ouderenzorg kunnen stoppen? Of aan lagere scholen kunnen geven? Of er de werkloosheid mee kunnen bestrijden? De staatsschuld mee kunnen aflossen? Afhankelijk van de politieke signatuur komt uit de achterban van de politieke partijen een keur aan alternatieven ter tafel, die als gemene deler hebben dat besteding van het geld aan hun alternatief een directer en merkbaarder effect heeft op onze samenleving.

Waarom dan wel deze aankoop financieren? Als er dan toch in economische termen gedacht moet worden over de zin en onzin van bekostiging door het Rijk, dan zou het verstandig zijn om het winst-en-­verliesperspectief los te laten en in plaats daarvan te spreken van balansversterking van de culturele sector. De sterke overheidsbesparingen op cultuur van de afgelopen jaren zijn maar ten dele direct zichtbaar geworden in de maatschappij, maar zullen op de langere termijn tot een structurele verarming hebben geleid. Andersom geredeneerd zullen de effecten van de aankoop niet ten volle direct zichtbaar worden voor Nederland — wel de directe en indirecte economische effecten van besteding door de verwachte stijging van bezoekersaantallen — maar de cultuurbalans voor Nederland wordt hiermee wel verder versterkt, met gunstige langetermijn­effecten voor maatschappij en economie. Dit argument geldt in meer of mindere mate voor museale aankopen in het algemeen, maar deze aankoop — daar zijn vriend en vijand het wel over eens — is in zijn soort een tamelijk unieke kans.

Overheidsbestedingen aan kunst en cultuur

De financiering van de (partiële) aankoop vanuit het Rijk is een goed idee, en valt vanuit economisch en maatschappelijk oogpunt te rechtvaardigen. Kabinet en Kamerfracties zouden gecomplimenteerd moeten worden voor de moed die zij getoond hebben bij het nemen van dit besluit. Een goed besluit voor nu, en voor later.

Een artikel van Peter Mensing en Hein van Beuningen, voormalig partners bij Strategy& en beiden bestuurder bij profit- en non-profitorganisaties.

Nieuws

Meer nieuws over