Samenwerking Blaricum, Eemnes en Laren op de schop

20 augustus 2015 Consultancy.nl

Naar aanleiding van een onderzoek van SeinstravandeLaar naar het ambtelijke samenwerkingsverband Blaricum, Eemnes en Laren (BEL), heeft de BEL-combinatie besloten dat er binnen de samenwerking aanpassingen nodig zijn. Om te zorgen voor vooruitgang, waar deze nu vertraagd wordt, moet er een doorontwikkeling plaatsvinden.

Gemeenten zijn anno 2015 steeds vaker genoodzaakt samen te werken. Het vraagstuk ‘meer met minder’ ligt daar in belangrijke mate aan ten grondslag. Gemeenten worden meer en meer ‘de eerste overheid’, waarvan de decentralisaties (jeugdzorg, Wmo, participatiewet) een duidelijk voorbeeld zijn, maar moeten deze (complexe) taken uitvoeren met krimpende budgetten.

Blaricum, Eemnes, Laren

In 2008 besloten de gemeenten Blaricum, Eemnes en Laren om als experiment hun ambtelijke apparaten samen te voegen in een samenwerkingsverband, zonder te fuseren. De BEL Com­bi­na­tie, zoals de amb­te­lij­ke sa­men­wer­king tussen de drie gemeenten werd genoemd, was de eerste in zijn soort en diende als voorbeeld voor veel andere gemeentelijke samenwerkingsverbanden. Nederland telt inmiddels 16 ambtelijke fusieorganisaties, waarin ruim 40 gemeenten participeren. “Het ex­pe­ri­ment was een tour de for­ce, en is nog steeds een voor­beeld voor ve­len”, aldus Tijmen Smit, Wethouder binnen de gemeente Laren en bestuursvoorzitter van de BEL samenwerking.

SeinstravandeLaar
Organisatieadviesbureau SeinstravandeLaar heeft eerder dit jaar de BEL-combinatie geëvalueerd, met het doel om aan de hand daarvan tot doorontwikkeling te komen. “An­de­re ge­meen­ten na­men de BEL als uit­gangs­punt voor hun sa­men­wer­king en ke­ken wat er nog aan te ver­be­te­ren was. Om­dat wij dat niet heb­ben ge­daan, is de BEL stil ko­men te staan. We pak­ken die draad nu weer op”, vervolgt Smit. De on­der­zoe­kers van het adviesbureau zien dat er in de afgelopen zeven jaa­r veel ver­be­terd is, waardoor burgers kunnen profiteren van een hogere kwa­li­teit van dienst­ver­le­ning. Maar ook is er een wij-zij verhouding ontstaan tussen de BEL en de individuele gemeenten, aangezien de gemeenten toch hun eigen karakter willen behouden.

Daar moet verbetering in komen, volgens de adviseurs. Het BEL-model gaat op de schop, maar hoe dat moet nog besloten worden. “Er zit veel kwa­li­teit in de club en die krijgt een boost.” Een be­lang­rij­ke ver­an­de­ring die in ieder geval zal moeten plaatsvinden is het dichter bij elkaar brengen van de drie ge­meen­te­ra­den en de ambtelijke BEL-or­ga­ni­sa­tie. Een van de mogelijke oplossingen om de kloof te dichten is het invoeren van een gezamenlijke 'klank­bord­groep'.

Seinstravandelaar

Een misschien nog wel belangrijker advies is het veranderen van de BEL-combinatie op directieniveau. In plaats van de huidige BEL-directeur wordt er een directie ingesteld van drie gemeentesecretarissen – van iedere gemeente een. Zij zullen rouleren in hun voorzitterschap en zo weer de zeggenschap krijgen over alle ambtenaren – waarvan in de huidige situatie nog een aantal onder de BEL-directeur vallen. Op deze manier worden de communicatielijnen verkort. Een laatste advies is de creatie van meer overleg tussen wethouders van de drie gemeenten, die eenzelfde functie bekleden. Op die wijze kunnen de gemeenten hun beleid beter op elkaar aanpassen.

Smit is ‘verheugd’ met de resultaten. “Het on­der­zoek van SeinstravandeLaar heeft hel­de­re aan­be­ve­lin­gen op­ge­le­verd, waar we wat mee kun­nen.” In het komende najaar zullen de ge­meen­te­ra­den met elkaar in overleg gaan en volgt daarna een fa­se­ge­wij­ze in­voe­ring van de adviezen tot verandering. “Dit gaat tot hele mooie din­gen lei­den”, voorspelt Smit.

Nieuws

Meer nieuws over