Nederlands spoorwegennet meest efficient van Europa

11 mei 2015 Consultancy.nl

Het Nederlands spoorwegennet behoort samen met Finland tot het meest efficiënte systeem van Europa. Voor elke euro publiek geld die geïnvesteerd wordt in onder meer de NS en ProRail krijgen consumenten de hoogste ‘value for money’, aldus onderzoekers BCG. Ons treinnetwerk is hiermee beduidend efficiënter dan bijvoorbeeld de Belgische of Britse systemen. Als het gaat om de totaalervaring is ons land slechts een middenmotor, vooral de servicekwaliteit laat nog te wensen over.

In een recent onderzoek van The Boston Consulting Group (BCG), getiteld ‘The 2015 European Railway Performance Index’, wordt de kwaliteit en kosteneffectiviteit van Europese spoorwegennetten onder de loep genomen. Drie dimensies staan centraal: Gebruiksintensiteit, Servicekwaliteit en Veiligheid.

The RPI Comprises Weighted Measures Across Critical Dimensions

De dimensie gebruiksintensiteit omvat twee indicatoren: het volume van de vracht en het passagiersvolume. Servicekwaliteit wordt gemeten aan de hand van zaken als punctualiteit (voor zowel lange als korte afstanden), het percentage van hogesnelheidsdiensten en het kostenniveau van de treinkaartjes. De veiligheidsscore wordt behaald door te kijken naar het aantal ongelukken en dodelijke slachtoffers als twee afzonderlijke meetcategorieën. De zogeheten Railway Performance Index (RPI) heeft 9 als hoogste score, waarbij op elk van de drie dimensies maximaal 3 punten te verdienen zijn. Alle landen die boven de 6 scoren behoren tot de eersteklas presteerders, het tweede niveau bevat scores tussen de 4,5 en 6  en in ‘tier’ 3 zijn scores onder de 4,5 te vinden.

RPI 2015
Op basis van het onderzoek blijkt Zwitserland opnieuw het hoogst te scoren van de Europese landen – met een score van 7,1. In 2012, toen de eerste editie van het onderzoek werd uitgevoerd, stond Zwitserland ook al op de eerste plek. De tweede en derde plek gaan naar Scandinavische landen Zweden (6,6) en Denemarken (6,4), beiden nieuwkomers in de top 3. In 2012 stond Zweden op de 4de plek, maar in 2015 heeft het land van plek geruild met Frankrijk, de nummer 2 van 2012. Het spoornetwerk van Denemarken werd in de vorige editie nog niet meegenomen in het onderzoek. De nummer 3 van vorige editie, Duitsland, staat nu op de 6de plek met een score van 6,2.

Nederland staat op de 10de plek – twee plaatsen lager dan in 2012 – met een 5,2. Howel het Nederlands spoorwegennet redelijk hoog scoort op veiligheid, blijven de scores op het gebied van servicekwaliteit en gebruiksintensiteit achter bij de rest van de West en Noord Europa. De landen in het derde indexniveau (scores onder de 4,5) hebben ondanks hun vaak hoge scores op servicekwaliteit – Roemenië heeft samen met tier 2-land Spanje de hoogste score op kwaliteit – zeer lage scores op veiligheid. Uitzondering is Ierland, die hoog scoort op veiligheid, maar zowel op gebruiksintensiteit als servicekwaliteit de laagste scores van Europa heeft.

Measuring Country Performance on the RPI

Over het algemeen komt de ranglijst van 2015 redelijk overeen met die van 2012. Volgens het consultancybureau komt dit doordat het aanpassen van spoorwegen een aanzienlijk aantal jaren in beslag neemt. Daarnaast is het besluiten tot het doen van aanpassingen ook een tijdrovend en langdurig proces, gezien de vele publieke en private stakeholders die bij het proces betrokken moeten worden.

Overheidsuitgaven vs RPI
Als onderdeel van het onderzoek hebben de adviseurs ook gekeken naar de kosteneffectiviteit van spoorwegennetten door het vergelijken van de RPI met de aard en de hoogte van overheidsfinancieringen voor het spoor. Om de specifieke overheidsuitgaven voor spoorprojecten vast te stellen heeft BCG de gemiddelde totale uitgaven tussen 2007 en 2012 gebruikt; inclusief de kosten van schuldaflossing en het bedrag aan verwachte toekomstige investeringen. De resultaten van de berekening laten zien dat Zwitseland relatief veel betaalt voor zijn hoge RPI, terwijl Nederland en Finland de meeste waarde voor hun geld krijgen. Ook Denemarken en Oostenrijk maken erg veel kosten om hun top-10 positie te behalen.

RPI Ratings Correlate with Public Cost, but Some Countries Get More Value for Their Money

Om te ontdekken welke investeringen het meeste lonen voor de RPI score van een land, maakt BCG in het rapport onderscheid tussen twee verschillende soorten overheidsinvesteringen. Aan de ene kant van de lijn staan landen die het grootste deel van de subsidies investeren in netbeheerders en aan de andere kant wordt het meeste overheidsgeld in de treinmaatschappijen gestoken.

De onderzoeksdata toont aan dat landen die het grootste deel van hun geld investeren in de spoornetbeheerders, zoals in Nederland het geval is, het meeste waarde voor hun geld krijgen. Van de landen die ongeveer evenveel investeren in netbeheerders en treinmaatschappijen scoort Frankrijk het hoogste. Landen die voornamelijk in de treinmaatschappijen investeren scoren het laagste en zijn vaak tier 3 landen. Dit verklaart wel voor een deel de in verhouding hoge servicekwaliteit in deze landen.

Allocating Public Subsidies to Infrastructure Managers Generates Greater Value

Hoewel het rapport interessante inzichten levert voor beleidsbepalers binnen de overheid, NS, ProRail en overige spoorwegmaatschappijen, wijzen de auteurs erop dat de onderzoeksresultaten slechts een correlatie laten zien tussen twee variabelen in een “zeer complex” speelveld.  

Nieuws