66 procent docenten getuige van moslimdiscriminatie

09 maart 2015 Consultancy.nl

Twee op de drie docenten in het voortgezet onderwijs is vorig jaar op scholen getuige geweest van moslimdiscriminatie. Dit blijkt uit een onderzoeksrapport van consultancybureau Panteia, in opdracht van de Anne Frank Stichting en FORUM, naar moslimdiscriminatie in het voortgezet onderwijs. Het onderzoek, waaraan zo’n 500 docenten deelnamen, moet inzichten bieden in de aard en de grootte van moslimdiscriminatie op het voortgezet onderwijs.

Racisme, discriminatie, antisemitisme; anno 2015 zijn deze woorden helaas nog altijd niet weg te denken uit de wereldwijde samenleving. Ook in Nederland heerst helaas nog altijd veel onbegrip tussen mensen met verschillende levensovertuigingen, denkbeelden of religieus gedachtegoed. Iedere dag wordt de verdraagzaamheid tussen mensen weer op de proef gesteld. Zo zorgden de internationale aanslagen in Parijs en Kopenhagen in het buitenland en in Nederland voor oplopende spanningen richting de moslimgemeenschap. Na de aanslagen bijvoorbeeld verlangde een deel van de Nederlandse bevolking dat moslims zich expliciet uitspraken tegen (de daden en geloofsovertuiging van) radicale groeperingen als IS.

Tweederde docenten getuige van moslimdiscriminatie

Of deze recente gebeurtenissen hebben geleid tot meer onbegrip, boosheid of zelfs haatgevoelens richting moslims, met racisme of discriminatie als mogelijk gevolg is niet bekend. Wel is duidelijk dat moslims vandaag de dag (nog altijd) te maken krijgen met discriminatie. Op het voortgezet onderwijs werden moslims in 2014 gediscrimineerd, blijkt uit een recent onderzoek van Panteia, een adviesbureau uit Zoetermeer. Doelstelling van het onderzoek, waaraan 498 docenten deelnamen, is het verkrijgen van een actueel beeld van de aard en omvang van moslimdiscriminatie in het voortgezet onderwijs. Het onderzoek, getiteld: ‘Moslimdiscriminatie in het voortgezet onderwijs: een onderzoek onder docenten’ werd uitgevoerd in opdracht van de Anne Frank Stichting en FORUM –  een instituut voor multiculturele vraagstukken.

Moslimdiscriminatie
Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer twee op de drie docenten binnen het voortgezet onderwijs aangeeft in 2014 getuige te zijn geweest van incidenten in de klas die zij in verband brengen met moslimdiscriminatie. Het gaat hierbij om beledigingen en scheldpartijen, maar ook om ernstigere incidenten zoals vernielingen en mishandelingen. Ook bij een eerder onderzoek in 2013 – toen gericht op antisemitisme – kwam een vergelijkbaar beeld naar voren.

Panteia

De docenten die het meest in aanraking kwamen met gevallen van moslimdiscriminatie werkten veelal binnen het praktijkonderwijs of op het VMBO, en dan met name in landelijke gebieden (61%). De discriminerende jeugd bestond meestal uit autochtone Nederlandse jongeren; de gediscrimineerde groep jongeren bestond voornamelijk uit Turkse of- Marokkaans-Nederlandse jeugd. De mogelijke oorzaken voor moslimdiscriminatie die worden aangeduid zijn divers. Naast de nieuwsberichtgeving rondom terrorisme en terroristische groeperingen in Nederland rept de media ook relatief veel over overlast en crimineel gedrag door moslims.

Maatregelen
Vrijwel alle leerkrachten geven aan in te grijpen bij discriminatie in de klas (94%). Dit doen ze vooral door de daders mondeling terecht te wijzen of in gesprek te gaan met de betrokkenen in de klas. Bijna alle docenten geven aan waarde op hun school te hechten aan scholing over goede omgangsvormen, over stereotypering en beeldvorming en het voorkomen van discriminatie en vooroordelen. Het merendeel van de docenten wil over deze thema’s zelf ook meer voorlichting krijgen. Daarnaast geeft meer dan een derde aan behoefte te hebben aan informatie over moslims in Nederland en over de religie islam. Opmerkelijk is dat uit beide onderzoeken naar voren komt dat docenten de problematiek vooral generiek willen aanpakken. Niet de aandacht beperken tot één type discriminatie, maar een algemeen antwoord tegen alle vormen van discriminatie.

Nieuws

Meer nieuws over