Belastingdienst opent jacht op schijn ZZP consultant

03 maart 2015 Consultancy.nl

De Belastingdienst heeft aangegeven dit jaar ruim €100 miljoen uit te geven aan het aanpakken van schijnzelfstandigen. Deze groep maakt wel gebruik van de fiscale voordelen, zoals de zelfstandigenaftrek en MKB-winstvrijstelling, maar heeft er eigenlijk geen recht op. Voor freelance consultants die langdurig werkzaam zijn voor 1 of 2 opdrachtgevers heeft dit eventueel verstrekkende gevolgen. Maar wanneer is een adviseur een ‘schijnzelfstandige’ en wat zijn de gevolgen daarvan? Consultancy.nl ging op onderzoek uit.

Nederland telt 299.000 bedrijven die actief zijn in de zakelijke dienstverlening, waarvan meer dan 257.000 opereren als een zelfstandige professional. Van deze groep is een groot percentage, geschat op boven de 80%, werkzaam als ZZP-er. Kortom, Nederland telt meer dan 200.000 zakelijke ZZP-adviseurs, waarvan het grootste deel werkzaam is in organisatieadvies, techniek, accountancy en ICT. Voor deze groep freelancers staan er grote veranderingen te wachten op belastingvlak. Waar ze jarenlang ongestoord hebben kunnen genieten van een coulant beleid vanuit de Belastingdienst, is de jacht nu geopend. De Belastingdienst gaat dit jaar en komende jaren proactief op zoek naar adviseurs die gebruik maken van belastingvoordelen waar ze geen recht op hebben.

Belastingvoordelen voor ondernemers
ZZP-ers hebben meestal een eenmanszaak. Vanuit een belastingoogpunt is dit ook de meest verstandige optie, zegt Rick Schmitz van FIRM24.com, een bedrijf gespecialiseerd in administratie en accountancy. “Een ZZPer met een eenmanszaak betaalt net als een werknemer in loondienst inkomstenbelasting in Box 1. In tegenstelling tot de werknemer wordt de ZZPer beloond voor het risico dat hij loopt door als zelfstandige aan de slag te gaan.” Dit is het gevolg van drie aftrekposten waar een ZZPer met een eenmanszaak recht op heeft: de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling en in het geval van startende ondernemers de startersaftrek (eerste 3 jaar van een onderneming). “Door al deze aftrekposten is de belastingdruk voor deze groep relatief laag”, aldus Schmitz. Een ander bijkomend belastingvoordeel is dat de opdrachtgever die de ZZP-er inhuurt geen werkgeverspremies verschuldigd is. “Dit is wel het geval bij werknemers en scheelt ongeveer 20% van de totale kosten.” Al met al kan het verschil oplopen tot in de duizenden euro’s.

Neem als voorbeeld een ZZP-organisatieadviseur die een opdracht voor de duur van één jaar heeft verworven bij een grote klant in de bankensector. In totaal verdient de ZZP-er €60.000 aan fees. In deze situatie is het netto verschil tussen ZZP-erschap en loondienst meer dan €10.000. Een personeelslid houdt van de €60.000 iets minder dan €34.000 over, terwijl een ZZP-er voor dezelfde werkzaamheden €44.148 overhoudt onderdaan de streep. Schmitz wijst op de risico’s van eventueel onterecht genoten belastingvoordeel. Niet iedere persoon met een eenmanszaak is automatisch ook een zelfstandige. “Het gaat hierbij of een ZZP-adviseur in aanmerking komt voor het zogenaamde urencriterium (1.225 uur per jaar) en voldoet aan de overige criteria voor ondernemerschap.”

Ondernemerscriterium
Over het ondernemerscriterium bestaan veel misvattingen, legt Schmitz uit. Zo zijn ZZP-ers vanuit het burgerlijk recht (privaat recht) altijd ondernemer, mits ze staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Echter, belastingrecht valt niet onder het burgerrecht, waardoor ingeschreven ZZP-ers niet automatisch kwalificeren voor ondernemerschap in fiscale zin. “Dat betekent in de praktijk dat ondernemers moeten voldoen aan een aantal eisen die de Belastingdienst* stelt om als ‘ondernemer’ door het leven te gaan.” De hamvraag voor elke ZZP consultant is: voldoe ik aan deze eisen? Volgens Schmitz kunnen ze dit toetsen aan de hand van zeven toetsingscriteria. Een als ZZP gekwalificeerde adviseur:

  • heeft minimaal drie verschillende opdrachtgevers;
  • factureert niet meer dan 70% van de inkomsten aan dezelfde opdrachtgever;
  • kan een ander in zijn/haar plaats sturen, zonder dat dit een probleem is;
  • staat niet in een gezagsverhouding tot de opdrachtgever, de opdrachtgever is niet de “baas”;
  • drijft voor eigen risico de onderneming. Met andere woorden, als een opdracht niet naar tevredenheid wordt verricht, dan hoeft de opdrachtgever niet te betalen;
  • krijgt niet betaald als hij/zij ziek is;
  • maakt reclame voor de onderneming (visitekaartjes, advertenties, een website, etc.)

Wanneer hieraan wordt voldaan, dan is er over het algemeen sprake is van ondernemerschap in fiscale zin. Wel is het zo dat het belang van de verschillende criteria verschilt, stelt Schmitz. Sommige factoren worden zwaarder gewogen dan andere. De eerste twee factoren wegen zwaar, echter startende ondernemers hebben vaak nog geen 3 opdrachtgevers. De beoordeling of wordt voldaan aan de criteria wordt dan ook altijd achteraf gedaan door de Belastingdienst.

VAR-WUO
Dan is er nog een misvatting onder ZZP-adviseurs. Veel ZZP-ers stellen dat ze ondernemer zijn omdat ze in bezit zijn van een VAR-WUO (Verklaring Arbeid Relatie - Winst Uit Onderneming). Deze wordt afgegeven door de Belastingdienst, en verklaart in feite dat een ZZPer ‘ondernemer’ is. In de praktijk wordt de toets die hieraan ten grondslag ligt echter niet gedaan, omdat de Belastingdienst vooraf moeilijk kan inschatten of er aan het einde van het jaar daadwerkelijk aan is voldaan. “Kortom, een inhoudelijke toets kan de Belastingdienst alleen achteraf verrichten, bij bijvoorbeeld een belastingcontrole. Veel ZZPers gaan er ten onrechte van uit dat een VAR-WUO een ‘garantie’ is op ondernemerschap.” Wat ook onbekend is bij veel ZZP-ers is dat de Belastingdienst tot vijf jaar na de aangifte nog kan controleren en corrigeren.

In het geval een aangifte wordt gecorrigeerd, dan heeft dit vaak verstrekkende gevolgen voor de belastingbetaler. “In feite moet de schijn ZZP-er dan dezelfde belastingen betalen als hij/zij als werknemer zou moeten betalen. Zowel de niet ingehouden belastingen en sociale premies als de genoten aftrekposten worden dan teruggedraaid en verhaald.” In het bovengenoemde voorbeeld dient er alsnog loonbelasting te worden betaald over de €60.000 aan inkomsten, wat neerkomt op ruim €5.300 meer dan de ZZP-er heeft betaald als zelfstandige. Het plaatje wordt in sommige gevallen nog vervelender omdat de Belastingdienst bevoegd is om naast de naheffingsaanslag een boete op te leggen wegens het doen van een incorrecte aangifte. “Deze kan oplopen tot een maximum van 100% van de correctie”, aldus Schmitz.

Voorkomen beter dan genezen
Net als bij het ondernemen zelf, is voorkomen beter dan genezen, zegt Schmitz. Hij heeft drie tips in petto voor consultants die als ZZP’er actief zijn.

Tip 1) Voldoe aan de vereisten die de Belastingdienst stelt aan ondernemerschap. “Wanneer je op voorhand al weet dat het niet gaat lukken om aan de criteria te voldoen, dan is het verstandiger om in dienst te treden bij de opdrachtgever, mits deze daarvoor open staat.”

Tip 2) Blijkt achteraf dat je als ZZP-er toch niet aan de criteria voldoet voor een VAR WUO, vraag dan voor het volgende jaar geen VAR WUO aan.

Tip 3) Als je toch wilt blijven ondernemen: richt een BV op. Schmitz licht toe: “De BV is dan degene die de opdrachten verricht in plaats van de ZZP-er op persoonlijke titel (via de eenmanszaak). Hiermee voorkom je als ZZP-er naheffingen en boetes achteraf wegens het niet voldoen aan het ondernemerscriterium. Een ander bijkomend voordeel is dat in het onfortuinlijke geval dat een ZZP-er wordt aangeklaagd door een opdrachtgever, omdat er schade is ontstaan door toedoen van de dienstverlening, niet de adviseur maar de BV aansprakelijk is voor eventuele claims of een faillissement.”

Kiest een consultant voor een BV constructie, dan houdt de adviseur op basis van een inkomen van €60.000 ruim €39.300 over onderaan de streep. Weliswaar minder dan als ZZP-er, maar wel fors meer (bijna € 5.000) dan in het geval van loondienst met de zekerheid van een constructie die volledig in lijn is met de wet.

* Formeel gezien zijn deze eisen door de Hoge Raad gesteld, en geldt de Belastingdienst als de uitvoeringsorganisatie.

Nieuws